Doordat jonge ganzen de trekroute leren door met hun ouders mee te vliegen,†passen ze†de route sneller aan†aan het klimaat.†

vogel 1

Trekvogels en de ijstijd

Sinds de laatste ijstijd trekken vogels naar de rand van het pakijs. Deze komt steeds verder naar het noorden te liggen.

De laatste ijstijd was ongeveer 10 duizend jaar geleden. Het pakijs van de Noordpool lag toen tot over Nederland en de zuidelijke Noorzee. Trekvogels broeden vaak op de toendra. Deze liggen tegen de rand van het pakijs aan en in de ijstijd dus in Zuid-Nederland.
Het eind van de ijstijd kwam doordat de temperatuur hoger werd en het pakijs zich terugtrok. Dit was een lastig moment voor de trekvogels want er was (nog) geen Waddengebied, dat stond onder water. Bossen rukten naar het noorden op en dus was er ook weinig toendra.
Doordat het ijs zich steeds verder terugtrok moesten de trekvogels steeds verder vliegen vanaf hun overwinteringsgebeiden naar de broedgebieden.
Sommige trekvogelsoorten trokken helemaal van Afrika naar de toendra in SiberiŽ. Anderen kozen ervoor om in in Groenland en Noord-Canada te overwinteren. Deze konden niet in Afrika overwinteren want dan wordt de reis te ver en dus overwinteren ze in de Waddenzee.
Op deze manier zijn de oude klimaatsveranderingen belangrijke geweest voor de routes van de trekvogels. Deze zijn overigens de laatse 5 duizend jaar min of meer hetzelfde.

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht