Kleine strandlopers worden geboren op de toendra en kunnen al na†15 dagen vliegen.

vogel 1

Trekvogels en de ijskap

Als de ijskap op de Noordpool smelt, wordt het gebied waar de trekvogels kunnen broeden steeds kleiner.

Als in het voorjaar het ijs net gesmolten is dan zijn er zeer veel spinnetjes, vliegjes, muggen en andere insecten op de toendra. Dat is goed voedsel voor de jongen van de trekvogels die snel groot moeten worden om weg te kunnen vliegen. Dit is een belangrijke reden voor de trekvogels om hier naar toe te gaan.
Een andere reden is dat er veel ruimte is. Ook is de temperatuur laag en daardoor zijn er niet zoveel bacteriŽn waar de vogels ziek van kunnen worden.

Het pakijs ligt als een rondje om de pool heen. Als het ijs smelt wordt het rondje kleiner. Dit gebeurt elk voorjaar, maar de laatste jaren wordt het rondje nog extra klein omdat het steeds een beetje warmer wordt. Je kan je voorstellen dat het gebied waar de meeste insecten vookomen, vlakbij de rand van het pakijs ook steeds kleiner wordt. En dus wordt het beste gebied om te broeden ook steeds kleiner.
Hoe dichter je bij de Noordpool komt des te minder land is er. Dus op een gegeven moment grenst de rand van het pakijs vooral aan zee. Trekvogels kunnen geen nest maken op zee. Dus hoe minder land des te minder broedgebied.

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht