Welkom op de Vogeltrackers website. Hier kom je van alles te weten over trekvogels! Snuffel maar eens rond.

vogel 1

Expeditie Namibië 2009

Bernard Spaans en Laurens van Kooten zijn in januari 2009 weer naar Afrika getogen. Dit keer niet naar Mauritanië, maar zuidelijker naar Namibië. Voor de kust bevinden zich lagunes waar ook veel trekvogels uit de Waddenzee overwinteren. Ze wilden uitzoeken of de theorie over de hoeveelheid rosse grutto’s die in West-Afrika overwinteren inderdaad klopt. Daarvoor moesten ze op zoek naar geringde rosse grutto’s.


Zaterdag 17 januari
Vanaf Schiphol vertrekken we om via Frankfurt naar Windhoek in Namibië te vliegen.
De vliegreis naar Windhoek duurt 10 uur en we komen op zondagochtend aan.
Alles loopt op rolletjes en al gauw rijden we in onze huurauto door Namibië. Wat onmiddellijk opvalt is dat de omgeving zo groen is. Namibië is beslist meer dan alleen woestijn. Onderweg naar Walvisbaai zien we een groepje bavianen en tientallen roofvogels (zwarte wouw) die in de omgeving van de weg naar prooien zoeken.
Het is rustig op de weg zodat we volop kunnen genieten van het savanne landschap met in de verte regelmatig bergen.
Zo’n 50 km vanaf de kust valt ons op dat er steeds minder begroeiing is. Het laatste stukje voor Swakopmund, dat aan de kust ligt, is er bijna helemaal niets anders dan zand. In Walvisbaai doen we wat boodschappen en kijken voor de eerste keer in de lagune. Nog geen rosse grutto’s dus morgen maar eens beter kijken.

Maandag 19 januari.
We hebben voor die dag een ontmoeting met Mark, een locale vogelaar, die ons de omgeving zal laten zien. Mark is te laat voor onze afspraak maar dit kwam omdat hij een gekleurringde drieteenstrandloper had ontdekt.
Ja die dingen gaan nu eenmaal voor. Hij regelt voor ons een sleutel bij de zoutfabriek zodat we in het uitgestrekte zoutpannen-gebied naar “onze vogels” kunnen zoeken. In de lagune aan de rand van Walvisbaai vinden we later een groep van 130 rosse grutto’s zonder ringen.

Dinsdag 20 januari.
De aantallen rosse grutto’s blijven laag maar we vinden nog wel twee andere gekleurringde drieteenstrandlopers. De ene is in 1997 in Duitsland geringd en de andere heeft een rode vlag en is daarom in Ghana geringd door een collega van Jeroen (Nederlandse onderzoeker). Bernard ziet op zijn GPS dat de afstand tussen Walvisbaai en Griend in de Waddenzee hemelsbreed 8.492 km is. Maar dit is gemeten via de kortste weg dwars over Europa en Afrika en de wadvogels trekken waarschijnlijk langs de kusten dus zal de echte trekweg veel langer zijn.

Woensdag 21 januari.
In de lagune zien we maximaal 280 Rosse Grutto’s met helaas geen enkele kleurring. We kijken veelal in de ochtenduren, gemiddeld vanaf  7 tot 11 uur. Dit is omdat de omstandigheden om te kijken dan het best zijn. Na die tijd hebben we last van te veel luchttrillingen. Met een telescoop waarmee je vogels die wat verder weglopen wilt bekijken kun je dan niet veel meer zien. Vanaf een uur of 5 in de middag als de wind van zee wat opsteekt wil het dan wel weer.


Donderdag 22 januari.
We hoopten eerst nog dat de Rosse Grutto’s die we in de lagune bij Walvisbaai zien mogelijk andere vogels zijn dan de vogels die we eerder bekeken hebben. Maar omdat we inmiddels enkele vogels door hun borstrui kunnen herkennen denken we dat dit niet het geval is. Deze borstrui van winter naar zomerkleed, is naar onze mening heel erg vroeg in het jaar en we weten niet waarom dit zo is. Bernard bekijkt een groep en ontdekt dat 10% van deze vogels al met de rui van de borstveren is begonnen.

Vrijdag 23 januari.
We vertrekken om 7 uur in de ochtend met Holger, Mark en Sandra naar Sandwich Harbour. Deze Namibische ornithologen gaan dat gebied tellen en wij mogen mee om naar “onze vogels” te kijken. De reis gaat met een 4WD over het strand.
Sandwich Harbour ligt een kleine 50 km ten zuiden van Walvisbaai en is ook een lagune. Vroeger was dit gebied groter maar door de oprukkende woestijn en de zeespiegelrijzing verdwijnt deze plek langzamerhand. Erg jammer voor de vogels die er moeten eten. Het gebied aan de rand van de woestijn en de Atlantische oceaan is ook voor mensen een attractie. Vanuit Walvisbaai kun je een tocht naar Sandwich Harbor regelen maar je mag er niet in. Nadat we onze tent hebben opgezet gaan we onmiddellijk even kijken of we rosse grutto’s kunnen vinden. Gelukkig zien we er een paar honderd en ook gekleurringde vogels. We kunnen ze vanwege de luchttrillingen niet aflezen maar dit geeft wel moed voor de volgende dag.

Zaterdag 24 januari.
We gaan om 7 uur op pad  en we proberen om vanaf twee verschillende plekken de rosse grutto’s te bekijken. Dit lukt goed want we zien in totaal zo’n 900 rosse grutto’s. De kleurringen kunnen we aflezen, het blijken twee vogels met een gele vlag, één met een rode vlag en één met een oranje vlag te zijn. De gele en rode worden door het Nioz gebruikt en de oranje door Franse onderzoekers. Jammer genoeg breekt de zon al om 9 uur door de bewolking heen. Vanwege de koude golfstroom voor de kust van Namibië en  vaak wind van zee wordt het niet erg heet maar omdat het hier nu zomer is brandt de zon wel fel. Op de middag kun je haast niet met blote voeten over het zand lopen. Er zit niet veel anders op dan de rest van de dag in de schaduw te zitten. Terwijl twee jonge jakhalzen tot vlakbij de tent komen. We horen nog van Mark dat er niet meer rosse grutto’s in het gebied aanwezig zijn dan die vogels die we al bekeken hebben.

Zondag 25 januari
We staan vroeg op omdat we straks opgehaald worden voor de terugreis naar Walvisbaai. Omdat we nog wat tijd over hebben gaan we nog even naar “onze vogels” kijken. We zien geen nieuwe gekleurringde vogels meer zodat we ervan uitgaan dat er 3 vogels van de 900 geringd zijn. Dit getal van 1 kleurring op 300 ongeringde vogels komt vrijwel overeen met de bevindingen zoals we die in Mauritanië gedaan hebben. Zodat er geen enkele aanwijzing is om te twijfelen aan de theorie dat  de in Nederland gekleurringde rosse grutto’s zich in de winter gelijkmatig over geheel West Afrika verspreiden. We hadden echter wel liever een paar duizend rosse grutto’s meer willen bekijken om ook statistisch met zekerheid te kunnen zeggen dat deze theorie klopt.

Maandag 26 januari.
Samen met een groep Namibische vogeltellers gaan we naar Cape Cross. Dit ligt ongeveer 140 km ten noorden van Walvisbaai. Hier ligt nog een lagune achter de strandwal die geteld moest worden . Er liggen veel skeletten van zeeschildpadden, jakhalzen, hyena’s en ook een griend (walvisachtige). Cape Cross is vooral bekend om haar grote kolonie pelsrobben ( 30.000 ) die we uiteraard ook even gaan bewonderen. We kijken natuurlijk nog wel even in de lagune bij Walvisbaai maar zoals verwacht zien we geen nieuwe vogels.

Dinsdag 27 januari.
Er is buiten de lagune en zoutpannen, ook vanwege de waterstand, niet veel meer te doen. We besluiten daarom om een toeristisch uitstapje met een boot te doen. Je weet maar nooit wat je ziet waarmee andere vogelonderzoekers hun voordeel kunnen doen. Om de lagune bij Walvisbaai heen ligt een landtong. Het uiterste puntje waar de vuurtoren staat noemt men Pelican Point. Omdat onze boot vlakbij deze punt langs voer ontdekten we daar wel nog een paar honderd drieteenstrandlopers maar ja een kleurring ontdekken vanaf een deinende boot is erg moeilijk.


Woensdag 28 januari.
Omdat we alle aanwezige rosse grutto’s wel bekeken hebben, kunnen we hier niets meer doen. We doen voor een paar dagen inkopen. We gaan nog wat van het land zien onderweg naar het vliegveld. Eerst neemt Mark, de vogelaar uit Swakopmund, ons nog mee naar de plek waar hij zwarte sterns vangt in de locale zoutpannen. Dit is vlakbij een platform waar duizenden aalscholvers broeden. De mest van deze vogels wordt later ook weer gebruikt. Na dit uitstapje verlaten we Walvisbaai en Swakopmund en gaan het binnenland in naar Spitzkoppe.
Een prachtig gebied met hoge rotsen en veel begroeiing ertussen waar we onze tent kunnen opzetten. Opeens zijn er dan veel vogelsoorten die we nog nooit eerder hebben gezien. Het valt niet mee om in het vogelboek op te zoeken om welke soort het precies gaat. Heel mooi waren ook de twee klipspringers (hertachtige) die hoog over de rotsen liepen.

Donderdag 29 januari.
We blijven nog een paar uurtjes in Spitzkoppe en trekken dan verder richting Windhoek. Bernard weet van zijn vorige bezoek nog een leuke kampeerplek niet ver van het vliegveld. Zo kunnen we morgen in alle rust ons voorbereiden op de terugreis. Onderweg hiernaartoe zien we ook weer van alles, veel vogels op de draden langs de weg, een slang en zelfs mieren in de auto. De plek waar we naar toe gaan heet Ondekaremba. We kamperen op een heel mooi plekje vlakbij een droge rivierbedding. Dit terrein is 7300 ha. groot en we zien daar wild lopen in de bush. Twee wrattenzwijnen, een groep rode hartebeesten, een kudoe, jakhalzen en een groep grondeekhoorns.
Grappige beestjes die als je aan komt lopen heel snel in een gat n de grond verdwijnen. En als je wacht tot ze te voorschijn komen om een foto te nemen komen ze vanuit een ander gat weer naar boven. En uiteraard weer diverse andere vogelsoorten. Een heerlijke temperatuur om in de schaduw te zitten. Als natuurliefhebbers komen wij de dag wel door. Op de vroege avond is er rondom onweer in de lucht en op verschillende plekken regent het ook. Later in de avond regent het ook bij ons. Terwijl we in de tent liggen horen we ook vele geluiden vanuit de omgeving. Bijv. de verschillende soorten cicaden en op de vroege ochtend de vogelgeluiden. Wel spannend al die geluiden die je thuis in Nederland nooit hoort.

Vrijdag 30 januari.
De dag van de thuisreis verloopt rustig. Nog een beetje rondkijken en rustig inpakken. Op tijd naar het vliegveld en dan weer naar het koude kikkerlandje. We hebben gedaan wat we konden doen en moeten maar eens rustig bespreken of we tussen de overwinteringsgebieden in Mauritanië en Namibië in nog eens een steekproef moeten doen. Dit zou nog in Guinee Bissau kunnen maar de omstandigheden om daar te werken zijn niet gemakkelijk.

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht