Vijftig procent van alle grutto's van de wereld broedt in Nederland.

vogel 1

Rosse grutto

Rosse grutto

Twee wadpopulaties Rosse Grutto's op Griend

Er zijn twee groepen Rosse Grutto’s die van de Oost-Atlantische trekroute gebruik maken. De ene groep (Taymyrensus) broedt in Taymyr in het uiterste noorden van Siberië. Vandaar trekken ze via het Waddengebied naar  het overwinteringsgebied in West-Afrika. De andere groep (Lapponica) broedt in Noord-Scandinavië en Noordwest Rusland en overwintert in o.a. het Waddengebied.

Het Nioz heeft een schatting kunnen maken van het aantal dieren in de groep Taymyrensus door afgelopen december een bezoek te brengen aan de Banc d’Arguin. De twee groepen Rosse Gruttos' zijn twee keer per jaar tegelijkertijd samen in het Waddengebied en dat biedt voor het Nioz gelegenheid om dan te bestuderen of de twee groepen ook verschillend gedrag vertonen.
Wetenschappelijk gezien is juist de vergelijking tussen nauw verwante soorten, maar met andere gewoontes zeer interessant. Dat leert je hoe dieren zich aan hun omgeving kunnen aanpassen. Op Terschelling worden heel veel Rosse Grutto’s afgelezen. In het voorjaar van 2007 hebben twee studenten nog een onderzoek gedaan. Daar zijn de volgende resultaten uit gekomen: 82% van de Rosse Grutto’s die ooit op Terschelling gevangen zijn werden daar teruggezien en zijn dus erg plaatstrouw.
De Taymyrensus zoekt in het voorjaar voedsel nabij Terschelling in andere gebieden dan de Lapponica. Ook zoeken zij nog eens veel langer naar voedsel. Omdat de Taymyrensus net een trektocht van 4500 km achter de vleugels heeft en nog een trektocht van 4500 km naar Taymyr moet maken hebben ze veel voedsel nodig. Zij eten met laag water dichter aan de dijk waar het Wad voedselrijker is maar ivm roofvogels ook veel gevaarlijker. Met hoog water zoeken ze ook nog voedsel in de weilanden.
De Lapponica hebben de hele winter hun gewicht op een bepaald peil gehouden en hoeven niet zo ver naar de broedgebieden (ongeveer 2000km) te vliegen en zoeken op plekken verder uit de kust. De kans dat een Lapponica het erop volgende jaar nog leeft  is 96% en ze worden gemiddeld 23 jaar. De overleving van Taymyrensus is 84% en daarom worden zij gemiddeld slechts 6 jaar oud.
Hoewel er uiterlijk geen verschil tussen de beide groepen Rosse Grutto’s is, betekent het grote verschil in gedrag dat er eigenlijk al twee verschillende soorten aan het ontstaan zijn.

Van juli t/m maart is het Nioz één keer per maand in het Waddengebied te vinden om rond nieuwe maan vogels te vangen. Zoals elders op deze website te lezen en te zien is doen zij dit s’nachts met zogenaamde mistnetten. Maar met deze methode worden slechts weinig Rosse Grutto’s gevangen. Daarom is enkele jaren geleden ook geprobeerd om deze vogelsoort met behulp van klapnetten in de weilanden te vangen. Dit gebeurde in mei als beide soorten aanwezig zijn. Dit werkte heel goed. Uit later onderzoek bleek echter dat op deze manier haast alleen Taymyrensus gevangen werd. Daardoor zijn er nu ongeveer 10 maal zoveel Taymyrensus als Lapponica’s gekleurringd.
Wanneer de biologen van het Nioz een onderzoek aan bijvoorbeeld Rosse Grutto’s doen dan kun je je wel voorstellen dat ze het liefst van beide groepen ongeveer evenveel vogels willen kleurringen . Daarom gaan we juist nu naar Griend om een poging te doen wat meer Lapponica’s te vangen.

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht